Ruwvoer conserveren: de complete gids voor je kuil

Inkuilen & verdichtenGrasMaisInkuilen
Door Silage Safe · bijgewerkt 29 oktober 2026 · 8 min lezen
In dit artikel
Kort antwoord

Ruwvoer conserveer je door het zuurstofvrij op te slaan, zodat melkzuurbacteriën de kuil kunnen verzuren. Dat lukt met schoon werken, het juiste droge stofgehalte, goed verdichten, direct lucht- en waterdicht afdekken, de kuil minimaal 6 weken dicht laten en daarna genoeg voersnelheid. Elke stap die niet klopt, kost voederwaarde door broei.

1,5%

droge stof gaat verloren per uur dat de graskuil langer open ligt

Silage Safe
35-45%

droge stof voor graskuil, 34-38% voor snijmais

Silage Safe
1,5-2 m

voersnelheid per week: minimaal 1,5 meter, in de zomer liefst meer dan 2 meter

Silage Safe

Het hele jaar investeer je in goed ruwvoer: teelt, bemesting, oogsten en inkuilen. Of je dat terugziet aan het voerhek en in de melktank, hangt af van de conservering. Deze gids is geschreven voor melkveehouders met sleufsilo's en rijkuilen in Nederland en België. Je leest per stap wat er in de kuil gebeurt en wat jij kunt doen, met bij elke stap een link naar een artikel met meer uitleg.

Wat gebeurt er tijdens het conserveren?

Na het afdekken verbruiken het gewas en micro-organismen eerst de zuurstof die nog in de kuil zit. Dat kan enkele uren tot dagen duren, afhankelijk van de verdichting en de afdekking. Zolang er zuurstof is, kunnen ongewenste micro-organismen groeien.

Pas als de zuurstof op is, begint de verzuring. Melkzuurbacteriën zetten suikers om in melkzuur, de pH daalt en het kuilvoer wordt stabiel. Hoe sneller de kuil zuurstofvrij is, hoe meer voederwaarde je behoudt. Alle fases stap voor stap lees je in wat er in je kuil gebeurt na het inkuilen.

Stap 1: hoe bereid je de sleufsilo voor?

Alles wat in de silo achterblijft, kuil je mee in, inclusief schimmels en bacteriën.

  • Ruim oud plastic, voerresten en vuil op en veeg de silo aan.
  • Maak ook de aanrijroute schoon, anders rijden de machines mest en modder de kuil in.
  • Maai rond de silo, zodat stoppels niet door de folie prikken en ongedierte geen schuilplek heeft.
  • Controleer wanden en vloer op scheuren, slechte kitnaden en scherpe randen.
  • Zorg dat putten en goten open zijn en dat er nergens water blijft staan.

Het volledige overzicht staat bij je sleufsilo voorbereiden.

Stap 2: wanneer en hoe maai of oogst je?

Voor een goede verzuring heb je suiker nodig. Gras maakt in de zon suiker aan: gras dat later op de dag wordt gemaaid, bevat meestal meer suiker. Een korte veldperiode helpt om die suiker te behouden. Maai op minimaal 8 cm, dan komt er minder zand en mest in de kuil. Lees meer over het suikergehalte in gras.

Voor mais lees je in maiskwaliteit verhogen waar je op let, van haksellengte tot oogstmoment.

Stap 3: wat is het juiste droge stofgehalte?

  • Gras: 35-45% droge stof.
  • Snijmais: 34-38% droge stof.

Te nat product verzuurt traag. Water heeft een pH van 7 en remt de daling van de pH, waardoor boterzuur een kans krijgt. Te droog product is stengelig en laat zich lastig verdichten, zodat er meer lucht in blijft en de kuil gevoeliger is voor broei. Wil je droger inkuilen, haksel dan fijner. Lees meer over boterzuur in kuilvoer.

Stap 4: hoe verdicht je de kuil goed?

Hoe minder lucht er in de kuil blijft, hoe sneller de verzuring begint en hoe minder ver lucht later achter het snijvlak doordringt.

  1. Zet genoeg gewicht op de kuil: de helft van de aanvoer per uur. Komt er 40 ton per uur binnen, dan rijd je met 20 ton aan.
  2. Verdicht overal even goed, ook langs de randen. Zwakke plekken worden later broeiplekken.
  3. Rij niet in sporen. Vaak wordt er net naast de rand extra gereden. Dan ontstaan er luchtzakken.
  4. Leg het droogste product en de minste percelen onderin. Daar wordt het het best aangedrukt.
  5. Kuil in op een koel moment van de dag.

Alle tips staan bij de beste verdichting.

Stap 5: hoe dek je de kuil af?

Dek direct af zodra de kuil klaar is, niet de volgende dag. Per uur dat de graskuil langer open ligt, stijgt het verlies aan droge stof met ongeveer 1,5%.

  • Gebruik wandfolie: wanden van een sleufsilo zijn vaak niet waterdicht.
  • Leg onderfolie over de volle breedte van de kuil.
  • Leg de bovenfolie met overlap, zodat er overal minimaal 3 lagen plastic liggen.
  • Sluit de randen strak af en zorg voor gelijkmatige druk over de hele kuil.
  • Controleer na een paar weken en trek alles opnieuw strak, want de kuil zakt nog in.

Het complete stappenplan staat in de gids sleufsilo afdekken. Per gewas lees je meer bij graskuil afdekken en maiskuil afdekken. Welk plastic je kiest, staat bij kuilplastic en onderfolie.

Stap 6: hoe houd je regenwater buiten?

Regenwater verhoogt de pH in je kuil en neemt vuil mee, zoals grond en mest. Gebruik wandfolie, dek waterdicht af en zorg voor goede drainage in en rond de sleufsilo. Lees meer bij regenwater in de kuil.

Stap 7: hoe lang laat je de kuil dicht?

Minimaal 6 weken. Dan is de pH ver genoeg gedaald en is de kuil stabiel. Open je eerder, dan krijgen gisten en schimmels met de nieuwe zuurstof weer een kans. Hoe de verzuring precies werkt, lees je bij de beste verzuring van je ruwvoer.

Hoe ontstaat broei?

Broei ontstaat doordat gisten met zuurstof suikers en melkzuur afbreken. Daarbij komt warmte vrij en stijgt de pH. Het begint waar zuurstof binnenkomt: in de toplaag en langs de randen, bij beschadigingen in de afdekking en na het openen bij het snijvlak. Hoe slechter de kuil verdicht is, hoe verder de zuurstof doordringt.

Wat zijn de gevolgen van broei?

Door de warmte en de hogere pH groeien schimmels en bacteriën sneller. Voederwaarde wordt afgebroken en er kunnen mycotoxinen ontstaan. Het voer wordt minder smakelijk, koeien vreten minder, de productie daalt en de gezondheidsrisico's voor je vee nemen toe.

Bij broei gaat droge stof letterlijk in warmte op. Bij een temperatuurstijging van 5 °C kan in het aangetaste deel zo'n 8,5% droge stof per week verloren gaan. Bij een slechte verdichting of afdekking kan het verlies in de aangetaste delen oplopen tot 10-30% droge stof en 50-100 VEM per kg droge stof. Je hebt dan dezelfde hectares en loonwerkkosten, maar minder melk uit eigen ruwvoer en hogere krachtvoerkosten.

Een rekenvoorbeeld: bij 1.000 ton kuilvoer met 40% droge stof heb je 400.000 kg droge stof. Gaat daarvan 10% verloren, dan is dat 40.000 kg. Bij € 0,25 per kg droge stof kost dat € 10.000. Dit is indicatief: er zijn geen rechten aan te ontlenen.

Hoe voorkom je broei bij het uitkuilen?

  1. Houd de voersnelheid hoog genoeg: minimaal 1,5 meter per week, in de zomer liefst meer dan 2 meter. Gaan de koeien weiden, dan daalt je voersnelheid. Houd daar bij het inkuilen al rekening mee. Lees ook wat je doet bij weidegang en droogte.
  2. Houd het snijvlak strak en glad, met druk over de hele breedte.
  3. Trek zo weinig mogelijk los. Met frezen of een blokkensnijder blijft de kuil vaster.
  4. Laat geen los voer voor het snijvlak liggen, dat wordt een broeihaard.
  5. Voer geen warm of beschimmeld voer. Haal het weg en voer het af.
  6. Werk schoon, met schone machines en zonder grond in het voer.

Lees meer over de juiste voersnelheid en reken je eigen kuil door met de rekenhulp voersnelheid. Alle tips tegen broei staan bij broei in de kuil voorkomen.

Wat doe je als je kuil al broeit?

Als broei eenmaal is begonnen, is er weinig meer tegen te doen. Je kunt wel voorkomen dat het zich verspreidt:

  • Haal het aangetaste voer weg.
  • Verhoog de voersnelheid. Lukt dat niet, overweeg dan om de kuil opnieuw over de hele silo te verdelen en opnieuw af te dekken. Een lagere kuil geeft een hogere voersnelheid.
  • Zorg voor meer druk op het snijvlak.

Trek geen los stuk plastic over het snijvlak. Daaronder blijft te veel zuurstof zitten, dus het houdt broei niet tegen. In de zon werkt zwart plastic bovendien als een kachel, waardoor het voer nog sneller opwarmt.

Begrippen

  • Kuilvoer: ruwvoer dat zuurstofarm is opgeslagen, zodat fermentatie het voer bewaart.
  • Droge stof (DS): het deel van het voer dat geen water is. Je rekent en vergelijkt het best in kg droge stof.
  • Fermentatie: omzettingen door micro-organismen, onder andere van suikers naar zuren, waardoor de pH daalt en de kuil stabiel wordt.
  • pH: maat voor de zuurgraad. Een te hoge pH betekent meer kans op een instabiele kuil en broei.
  • Broei: opwarming doordat gisten met zuurstof suikers en melkzuur afbreken. De pH stijgt en er is meer kans op schimmel en mycotoxinen.
  • Mycotoxinen: gifstoffen die schimmels in kuilvoer maken. Ze kunnen de voeropname, de gezondheid en de melkproductie verlagen.

Meer weten? Lees de 6 stappen naar betere ruwvoerkwaliteit. Kuil je biomassa in voor een biogasinstallatie, lees dan biomassa voor biogas afdekken.

Uit de praktijk
“Met Silage Safe hebben we nog maar weinig tot geen verliezen. Zo kunnen we de eiwitten in het gras veel beter behouden.”
Jarne Schuiling, Vries · lees het verhaal
Mark Braad

Twijfel over je kuil?
Mark kijkt graag met je mee. 0514 745050

Neem contact op

Veelgestelde vragen

Waarom gaat kuilvoer broeien?

Doordat er zuurstof bij het voer komt, meestal via het snijvlak of via een gat in de afdekking. Gisten breken dan suikers en melkzuur af. Dat geeft warmte, een hogere pH en verlies van voederwaarde.

Hoe voorkom je broei in de kuil?

Door de kuil zuurstofarm te maken en zo te houden: schoon werken, goed verdichten, direct luchtdicht afdekken en de afdekking controleren. Na het openen helpen een strak snijvlak en genoeg voersnelheid.

Wat is de ideale pH van kuilvoer?

Dat hangt af van het soort kuil en de droge stof. Voor een graskuil wordt een pH tot 5,2 vaak als goed geconserveerd gezien, afhankelijk van de droge stof. Voor snijmais wijst een pH van 3,8 tot 4,2 meestal op een goede conservering.

Hoe lang moet een kuil dicht blijven voor je gaat voeren?

Minimaal 6 weken. Dan is de pH ver genoeg gedaald en blijft het voer stabiel na het openen.

Kun je voer dat broeit nog voeren?

Warm of beschimmeld voer haal je weg. Twijfel je over de rest, overleg dan met je voeradviseur of laat een kuilanalyse doen.