Boterzuur in kuilvoer: oorzaken en 5 tips om het te voorkomen

Broei & schimmelGrasInkuilen
Door Silage Safe · bijgewerkt op 5 november 2026 · 6 min lezen
In dit artikel
Kort antwoord

Boterzuur in kuilvoer maken boterzuurbacteriën uit melkzuur, vooral in een natte kuil met een hoge pH. Ze komen uit grond, mest, water en oude kuil. Volgens Eurofins Agro hoort er minder dan 3 gram boterzuur per kilo droge stof in te zitten. Je voorkomt het met gras van 35-45% droge stof, schoon werken en een afdekking die geen water doorlaat.

Hoort bij de gidsBroei in de kuil voorkomen: hoe ontstaat het en wat doe je eraan?

< 3 g/kg ds

norm voor boterzuur in kuilvoer

Eurofins Agro
35-45%

droge stof in het gras: het ideale product om aan te rijden

Groeikracht, VeeteeltGRAS maart 2025
6 weken

maak de kuil niet eerder open, dan is hij nog niet stabiel

Silage Safe

Een kuil met boterzuur ruik je meteen bij het snijvlak. Je vee vreet er minder van en haalt minder voederwaarde uit het voer, en de bacteriën zijn slecht voor de kwaliteit van je melk. Meestal begint het met grond, mest of water in een natte graskuil.

Wat is boterzuur en wat is een boterzuurbacterie?

Boterzuur is een onsmakelijk zuur dat boterzuurbacteriën maken uit melkzuur. Je kuil gaat ervan stinken: Eurofins Agro vergelijkt de geur met zweetvoeten. Het voer verliest smakelijkheid, dus je vee vreet minder. Daarnaast gaan droge stof en voederwaarde verloren. Dat kost welzijn en productie.

Boterzuurbacteriën komen vooral voor in grond, mest en water, maar zitten van nature ook al op gras en mais. Ze zetten melkzuur om in boterzuur en CO2 en hebben daar geen zuurstof voor nodig. Ze groeien goed in een warme, natte omgeving met een hoge pH.

In een droge, koele kuil met een lage pH groeien ze slecht, maar ze gaan niet dood. Boterzuurbacteriën maken namelijk sporen. Dat zijn rustende bacteriën die heel goed bestand zijn tegen hitte, droogte en een lage zuurgraad. Worden de omstandigheden beter, dan ontkiemen de sporen weer en groeien ze verder. Daarom krijg je boterzuur lastig weg als het er eenmaal zit.

Hoe ontstaat boterzuur in kuilvoer?

Problemen met boterzuur hebben twee oorzaken. Er zijn te veel bacteriën mee ingekuild (vervuiling), of de omstandigheden in de kuil laten ze doorgroeien. Vaak is het allebei.

Vervuiling ontstaat als het voer in aanraking komt met grond, mest, water of resten oude kuil. Dat kan op elk moment:

  • Bij het inkuilen: door slecht afgestelde machines, een vuile sleufsilo of aanrijroute, of vies kuilplastic.
  • Tijdens het bewaren: door een afdekking die water doorlaat, door grond op de kuil, of door ongedierte dat gaten vreet. Dan komen uitwerpselen, zand en water naar binnen.
  • Bij het uitkuilen: bijvoorbeeld door los voer dat in de silo blijft liggen.

Doorgroeien gebeurt vooral in natte graskuilen. Gras met minder dan 35% droge stof bevat vaak minder suikers. Melkzuurbacteriën hebben dan minder om de kuil mee te verzuren. Water zit met een pH van rond de 6 à 7 ver boven een goede kuil en remt de verzuring. Ook eiwitten werken de verzuring tegen. Een natte graskuil (minder dan 25% droge stof) hoort te zakken naar een pH van 3,8 tot 4,2 (WUR, Handboek Melkveehouderij). Welke pH bij een drogere kuil hoort, staat bij de beste verzuring van je ruwvoer.

Ook een kuil die snel verzuurd is, kan later nog boterzuur krijgen. Dat gebeurt op natte plekken:

  • waar het product zelf natter is, omdat het voer niet egaal is;
  • waar condens ontstaat, zoals onder plassen of aan de rand van de folie;
  • waar van buitenaf water naar binnen komt, door een lekke sleufsilo, slechte afwatering of een afdekking die niet waterdicht is.

Bij het uitkuilen komen er zuurstof en regen bij en warmt de kuil op. Dan kunnen de bacteriën weer snel groeien.

Waarom is boterzuur slecht voor je melk?

De sporen overleven het pasteuriseren van melk. Bij het kaasmaken kunnen ze daardoor problemen geven, zoals een ranzige smaak. Volgens Eurofins Agro komen de sporen via strooisel, mest en vooral slechte kuil in de melk. Daarom let de zuivel op het gehalte: bij te hoge gehaltes krijg je een waarschuwing en een korting op de melkprijs.

Hoe voorkom je boterzuur in de kuil? 5 tips

1. Streef naar 35-45% droge stof

Volgens Groeikracht rijdt gras met 35 tot 45% droge stof het best aan. Dan daalt de pH snel en krijgen boterzuurbacteriën minder kans. Is je gras toch te nat of juist te droog, lees dan wat je met droog kuilvoer doet en wat de tips voor je eerste snede zijn.

2. Werk schoon

Maai niet te kort: houd een stoppel van 6 à 7 cm, dan komt er minder grond en mest in het gras. Gebruik schone, goed afgestelde machines. Zorg voor een schone en droge sleufsilo, aanrijroute en schone banden. Gebruik alleen schoon kuilplastic.

3. Voorkom natte plekken in de kuil

Laat het gras bij voorkeur hakselen. Dan krijg je een egaler product, komen de suikers makkelijker vrij en rijd je het beter aan. Rijd de kuil egaal aan en werk de bovenkant glad en licht rond af (WUR). Dan blijven er geen plassen staan, en die geven condens.

4. Houd water en grond buiten de kuil

Gebruik wandfolie, zodat er geen water door de wanden van de sleufsilo in het voer komt. Dek lucht- en waterdicht af en let extra op de randen: die zijn minder goed aangereden en slechter beschermd tegen lucht en water. Zorg voor een goede afwatering in en rond de sleufsilo. Meer hierover lees je bij water in kuilvoer voorkomen.

Grond op de kuil is een bekende bron van boterzuurbacteriën. Andre Schulte uit Denekamp stopte ermee: *"Doordat we geen grond meer gebruiken is het risico op boterzuur en listeriabacteriën veel lager."* Ook op HyCare-melkveebedrijf De Bladelse Hoef in Bladel werden de sleufsilo's vroeger met grond afgedekt. Hoe je zonder grond en banden afdekt, zie je op zo werkt het.

5. Houd ongedierte weg

Muizen, ratten en vogels maken gaten in je afdekking en besmetten het voer met grond en uitwerpselen. Gebruik bij voorkeur geen autobanden, want daarin schuilen en drinken ze. Maai rond de sleufsilo en houd alles schoon. Meer tips vind je bij de maatregelen tegen ongedierte bij je sleufsilo.

Hoe herken je boterzuur in de kuil?

Aan de geur: een scherpe, ranzige lucht die aan zweetvoeten doet denken. Zeker weten doe je het met een kuilanalyse. Daarin wordt het boterzuurgehalte gemeten. Volgens Eurofins Agro hoort er minder dan 3 gram boterzuur per kilo droge stof in je kuilvoer te zitten.

Waar let je op na het inkuilen?

  • Maak de kuil niet binnen 6 weken open. Dan is hij nog niet genoeg verzuurd en dus nog niet stabiel.
  • Haal slechte plekken weg bij het uitkuilen, zodat het niet verder verspreidt.
  • Voer snel genoeg door, zodat de kuil niet te veel opwarmt. Wij adviseren minimaal 1,5 meter per week in de winter en 2 meter in de zomer. Reken het uit met de rekenhulp voersnelheid.
  • Blijf schoon werken. Houd machines, sleufsilo en aanrijroute schoon. Zorg dat er geen rondslingerend plastic, autobanden of grond van het afdekken in het voer komen.
  • Zorg voor een glad snijvlak en laat geen los voer voor het snijvlak liggen.
Uit de praktijk
Roozendaal, Molenaarsgraaf
Roozendaal, Molenaarsgraaf · lees het verhaal
Mark Braad

Twijfel over je kuil?
Mark kijkt graag met je mee. 0514 745050

Neem contact op

Veelgestelde vragen

Komt boterzuur ook in een maiskuil voor?

De bacteriën zitten van nature ook op mais. Problemen zie je vooral in natte graskuilen, omdat die minder snel verzuren. Ook in een maiskuil helpen schoon werken en water buiten de kuil houden.

Kun je boterzuur in de kuil nog bestrijden?

Nauwelijks. De sporen van boterzuurbacteriën zijn heel bestendig. Je kunt vooral voorkomen dat er vervuiling in komt en dat de bacteriën kunnen groeien. Haal slechte plekken bij het uitkuilen weg.

Zit er boterzuur in melk?

In de melk gaat het vooral om de sporen van boterzuurbacteriën. Die komen via strooisel, mest en vooral slechte kuil in de melk (Eurofins Agro). Ze overleven het pasteuriseren en kunnen bij het kaasmaken een ranzige smaak geven.

Bronnen
  1. Eurofins Agro, Boterzuur en boterzuurbacteriën in kuilvoer (geraadpleegd op 4 november 2026)
  2. Groeikracht, infographic Graskuil aanrijden (VeeteeltGRAS, maart 2025) (geraadpleegd op 4 november 2026)
  3. Wageningen Livestock Research, Handboek Melkveehouderij 2020/21, hoofdstuk 5 Voederwinning (stoppellengte, pH per droge stof in figuur 5.2) en hoofdstuk 9 (melk onderzocht op boterzuursporen, kortingen op de melkprijs) (geraadpleegd op 4 november 2026)
  4. Silage Safe, brochure 2026 (p. 7 quote Andre Schulte, p. 13 hygiënisch werken, p. 18 HyCare De Bladelse Hoef) (geraadpleegd op 4 november 2026)
  5. Wageningen Livestock Research, Handboek Snijmaïs (2019), § 11.4 (bovenkant van de kuil glad en rond afwerken, zodat er geen water blijft staan) (geraadpleegd op 5 november 2026)

Bijgewerkt op 5 november 2026.

Wat is er veranderd
  • : Aanrijden: egaal aanrijden en de bovenkant glad en licht rond afwerken (WUR, Handboek Snijmaïs)
  • : Tussenkoppen, kort antwoord, bronnen en links bijgewerkt
  • : Maaihoogte aangepast van minimaal 8 cm naar 6 à 7 cm (WUR: 5-6 cm, adviseurs 6-7 cm)
  • : Bron toegevoegd voor 35-45% droge stof (Groeikracht) en pH per droge stof (WUR)
  • : Rond aanrijden: algemeen egaal aanrijden zonder kuilen waar water blijft staan; bol maken alleen bij Silage Safe