Home » Ruwvoer conserveren: complete gids voor melkveehouders
Deze gids is geschreven voor melkveehouders in Nederland en België, waar sleufsilo’s en rijkuilen veel gebruikt worden en waar broei (opwarming) direct voelbaar is in opname, melkproductie en voerkosten.
Na het afdekken wordt eerst de aanwezige zuurstof verbruikt door het ‘ademen’ van het gewas en door aanwezige micro-organismen. Dit proces kan enkele uren tot dagen duren, afhankelijk van de verdichting en de afdekking.
Pas zodra deze zuurstof volledig is opgebruikt, start de verzuring van de kuil. Melkzuurbacteriën zetten suikers om in melkzuur, waardoor de pH daalt en het kuilvoer stabiel wordt. Zolang er nog zuurstof aanwezig is, kunnen ongewenste micro-organismen zich ontwikkelen. Daarom zijn goede verdichting en snel en zorgvuldig afdekken cruciaal om deze fase zo kort mogelijk te houden.
De snelheid waarmee de kuil zuurstofvrij wordt, bepaalt dus in grote mate hoeveel voederwaarde behouden blijft.
Broei ontstaat door doordat gisten bij de aanwezigheid van zuurstof melkzuur en suikers omzetten in warmte. Het ontstaat op plekken waar zuurstof binnenkomt: de toplaag en randen, plekken van beschadigingen in de afdekking, op het snijvlak na openen. De verdichting is van grote invloed, want bij een lagere verdichting kan er meer zuurstof in de kuil trekken.
Direct antwoord: je voorkomt broei door zuurstof buiten de kuil te houden (verdichten + luchtdicht afsluiten) én door na openen zuurstofinslag aan het snijvlak te beperken (strak snijvlak, voldoende voersnelheid).
Stappenplan: broei voorkomen bij inkuilen (sleufsilo of rijkuil)
Door de warmte en de hogere pH-waarde kunnen schimmels en bacteriën zich sneller ontwikkelen. Voederwaarden worden afgebroken en mogelijk worden mycotoxinen gevormd. Het gevolg is een minder smakelijk product, lagere voeropname, verminderde product en hogere gezondheidsrisico’s voor het vee.
Bij broei gaat DS letterlijk “in warmte op”. Bij +5°C temperatuurstijging kan ~8,5% DS-verlies per week optreden in het aangetaste deel. Bij slechte verdichting of afdekking kunnen verliezen oplopen tot 10–30% DS en 50–100 VEM per kg DS in aangetaste delen.
Kuilvoer gaat broeien zodra de kuil in contact komt met zuurstof. Dan worden gisten en andere aerobe micro-organismen actief, waardoor suikers en melkzuur worden afgebroken. Dit geeft warmte, pH-stijging en sneller voederwaardeverlies.
Broei is geen “erbij horend” verschijnsel, maar een signaal dat de kuil lokaal weer aerobe omstandigheden heeft. Zuurstof komt vaak binnen via het snijvlak of via beschadigingen in de afdekking. Door die zuurstofinslag worden nutriënten afgebroken en kan de pH stijgen; schimmels ontwikkelen zich makkelijker en het risico op mycotoxinen neemt toe.
Praktisch gevolg: minder voeropname en lagere voederwaarden. Daardoor een lagere productie en verminderd dierenwelzijn. Dat terwijl je wel dezelfde hectares en loonwerkkosten hebt, dus en minder “melk uit eigen ruwvoer”, terwijl je wel dezelfde hectares en loonwerkkosten hebt.
Broei voorkom je door zuurstof te minimaliseren: hygiënisch werken, goed verdichten, direct luchtdicht afdekken en de afdekking tijdens opslag controleren. Na openen helpt een strak snijvlak, schoon werken en voldoende uitkuilsnelheid (zomer liefst >2 m/week) om zuurstofinslag te beperken.
De kern is: maak de kuil zuurstofarm en houd hem zo. Dat is geen kwestie van een enkele truc, maar elke stap moet kloppen: juiste DS, goede verdichting, luchtdichte afdekken, voldoende voersnelheid en schoon werken.
Als broei eenmaal is ontstaan is het moeilijk om er wat tegen te doen. Maar je kunt verspreiding zoveel mogelijk tegen gaan door: aangetaste kuil verwijderen, voersnelheid verhogen, en meer druk op het snijvlak.
Trek niet een los stuk plastic over het snijvlak, dit kan juist het tegenovergestelde effect hebben. Onder dat plastic blijft namelijk te veel zuurstof, dus het houd de ontwikkeling van broei niet tegen. Bovendien werkt zwart plastic in de zon als een soort van kachel die de verwarming van het product versnelt.
De voersnelheid verhogen is natuurlijk niet makkelijk. Maar je kunt overwegen om de kuil opnieuw te verdelen over de hele silo’s en dan opnieuw af te dekken. Dan heb je een lagere kuil en krijg je dus een hogere voersnelheid.
De ideale pH hangt af van kuiltype en DS. Voor graskuil wordt pH ≤5,2 vaak genoemd als goed geconserveerd (DS-afhankelijk). Voor snijmaïs wijst pH 3,8–4,2 meestal op goede conservering.
pH is de uitkomst van (1) hoeveel suiker beschikbaar was, (2) hoe snel zuurstof weg was, en (3) hoe de fermentatie verliep. Daarom is pH vooral nuttig als stuurgetal samen met DS, zuren en praktische waarnemingen (temperatuur, snijvlak, schimmelplekken). Bij broei kan pH lokaal stijgen doordat melkzuur wordt afgebroken.
Broei zorgt voor directe voederwaardeverliezen doordat suikers en melkzuur worden omgezet in warmte. Bij +5°C temperatuurstijging kan het verlies oplopen tot circa 8–10% droge stof per week, met daarnaast daling van VEM en eiwitbenutting.
Bij broei gebeurt het volgende:
Concrete effecten:
Belangrijk: broei is vaak lokaal, maar de impact op prestaties kan groot zijn.
Door de warmte en de hogere pH-waarde kunnen schimmels en bacteriën zich sneller ontwikkelen. Voederwaarden worden afgebroken en mogelijk worden mycotoxinen gevormd. Het gevolg is een minder smakelijk product, lagere voeropname, verminderde product en hogere gezondheidsrisico’s voor het vee.
Bij broei gaat DS letterlijk “in warmte op”. Bij +5°C temperatuurstijging kan ~8,5% DS-verlies per week optreden in het aangetaste deel. Bij slechte verdichting of afdekking kunnen verliezen oplopen tot 10–30% DS en 50–100 VEM per kg DS in aangetaste delen.
Broei ontstaat door zuurstof in de kuil. Door luchtdicht af te dekken, goed aan te rijden en druk achter het snijvlak bij uitkuilen voorkom je verliezen.
Term | Korte definitie (direct bruikbaar) |
Kuilvoer | Ruwvoer dat zuurstofarm is opgeslagen zodat fermentatie het voer bewaart. |
Droge stof (DS) | Het deel van het voer dat geen water is; je rekent en vergelijkt het best in kg DS. |
Fermentatie | Microbiële omzettingen (o.a. suikers → zuren) waardoor pH daalt en kuil stabiel wordt. |
pH | Maat voor zuurtegraad; te hoog = meer risico op instabiele kuil en broei. |
Broei | Aerobe activiteit (met zuurstof): suikers/melkzuur worden afgebroken → warmte, pH stijgt, risico op schimmel/mycotoxinen. |
Mycotoxinen | Gifstoffen geproduceerd door schimmels in kuilvoer; kunnen voeropname, gezondheid en melkproductie negatief beïnvloeden. |
Sleufsilo-afdeksysteem | Hulpmiddel om snel, veilig en luchtdicht af te dekken (arbeid omlaag; kans op zuurstofinfiltratie omlaag), mits correct gebruikt. |
Wir verwenden Technologien wie Cookies, um Geräteinformationen zu speichern und/oder darauf zuzugreifen. Wir tun dies, um das Browsing-Erlebnis zu verbessern und um (nicht) personalisierte Werbung anzuzeigen. Wenn du nicht zustimmst oder die Zustimmung widerrufst, kann dies bestimmte Merkmale und Funktionen beeinträchtigen.
Klicke unten, um dem oben Gesagten zuzustimmen oder eine detaillierte Auswahl zu treffen. Deine Auswahl wird nur auf dieser Seite angewendet. Du kannst deine Einstellungen jederzeit ändern, einschließlich des Widerrufs deiner Einwilligung, indem du die Schaltflächen in der Cookie-Richtlinie verwendest oder auf die Schaltfläche "Einwilligung verwalten" am unteren Bildschirmrand klickst.
